De combinatie van Hashimoto en selenium staat al jaren op de agenda van onderzoekers, artsen en mensen met een trage schildklier. Selenium is een sporenelement dat een rol speelt in de stofwisseling van schildklierhormonen en in de afweer tegen oxidatieve stress, en de schildklier bevat verhoudingsgewijs veel van dit mineraal. In dit artikel bespreken we wat peer-reviewed onderzoek tot en met 2026 laat zien over selenium en schildklierantistoffen, welke vormen en doseringen in studies zijn gebruikt, wanneer testen zinvol kan zijn en wat realistische verwachtingen zijn. We maken daarbij nadrukkelijk onderscheid tussen wat vaststaat en wat nog onzeker is, want niet alle studies wijzen in dezelfde richting.
Belangrijkste punten in één oogopslag
- Selenium is onmisbaar voor selenoproteïnen die betrokken zijn bij de omzetting en het beschermeffect van schildklierhormonen.
- Merkwaardige consistentie in studies: bij mensen met verhoogde TPO-antistoffen kan seleniumsuppletie leiden tot een daling van die antistoffen, al is de klinische betekenis daarvan niet eenduidig.
- Niet alle studies vinden effect; de uitgangssituatie, dosering, vorm en studieduur spelen een rol.
- L-selenomethionine is de meest gebruikte en best bestudeerde supplementvorm.
- Een veilige bovengrens van circa 200 microgram supplementair selenium per dag wordt doorgaans aangehouden; meer is niet beter en kan schadelijk zijn.
- Voldoende selenium uit voeding, bijvoorbeeld via paranoten, vis en eieren, verdient de voorkeur boven suppletie zonder aanwijsbaar tekort.
- Selenium geneest Hashimoto niet en vervangt schildkliermedicatie of begeleiding door een arts niet.
Wat is de ziekte van Hashimoto?
De ziekte van Hashimoto, officieel Hashimoto-thyreoïditis, is een auto-immuunziekte waarbij het immuunsysteem zich richt op de schildklier. Bij deze auto-immuun schildklieraandoening valt het afweersysteem geleidelijk het schildklierweefsel aan, waardoor de klier ontstoken raakt en na verloop van tijd minder goed schildklierhormoon kan produceren. Het gevolg is meestal hypothyreoïdie, oftewel een trage schildklier. De aandoening komt bij vrouwen aanzienlijk vaker voor dan bij mannen en ontstaat doorgaans geleidelijk, vaak over jaren.
Bij Hashimoto heeft de schildklier het midden van het lichaam te verduren van een chronische ontstekingsreactie. Lymfocyten dringen het weefsel binnen en de schildklierfollikels worden geleidelijk vervangen door bindweefsel. Dit verklaart waarom veel mensen uiteindelijk levothyroxine nodig hebben: de klier kan het hormoon zelf niet meer in voldoende mate aanmaken. Tegelijk verloopt het proces bij iedereen anders, en niet iedereen met antistoffen krijgt daadwerkelijk klachten of een trage schildklier.
De rol van schildklierantistoffen: TPO-antistoffen en antithyroglobuline
Bij Hashimoto richt het immuunsysteem zich vooral op twee eiwitten in de schildklier: thyreoïdeperoxidase (TPO) en thyreoglobuline. Het lichaam maakt daartegen antistoffen aan, bekend als TPO-antistoffen (TPOAb) en antithyroglobuline (TgAb). Deze antistoffen zijn een belangrijk kenmerk van de ziekte en worden vaak gemeten bij de diagnose. Een hoog antistoffenniveau hangt samen met ontstekingsactiviteit en met een grotere kans dat de schildklierfunctie achteruitgaat, maar antistoffen zijn niet hetzelfde als de ziekte zelf: sommige mensen met antistoffen hebben een normaal werkende schildklier.
Waarom selenium essentieel is voor je lichaam
Selenium is een sporenelement dat het lichaam niet zelf kan aanmaken en dat via voeding moet worden opgenomen. In het lichaam wordt selenium ingebouwd in bijzondere eiwitten, de selenoproteïnen, waarin het aminozuur selenocysteïne een centrale rol speelt. Deze eiwitten zijn betrokken bij uiteenlopende processen, waaronder de antioxidatieve bescherming van cellen, de werking van het immuunsysteem en de omzetting van schildklierhormonen. Er zijn in totaal zo'n 25 selenoproteïnen bij de mens beschreven.
Een van de belangrijkste selenoproteïnen is glutathionperoxidase, een enzym dat cellen beschermt tegen oxidatieve stress. Oxidatieve stress ontstaat wanneer er meer reactieve zuurstofverbindingen worden gevormd dan het lichaam kan neutraliseren. In een ontstoken schildklier, zoals bij Hashimoto, wordt juist veel van deze schadelijke activiteit geproduceerd. Selenoproteïnen helpen die schade te beperken, wat een biologische verklaring biedt voor waarom seleniumstatus en schildklierontsteking met elkaar verbonden lijken.
Selenium en de schildklier: een bijzondere band
De schildklier bevat van alle weefsels in het lichaam de hoogste seleniumconcentratie. Dat is opvallend, omdat selenium in slechts kleine hoeveelheden nodig is. De hoge concentratie suggereert dat de schildklier het mineraal actief opneemt en vasthoudt, vermoedelijk omdat het daar onmisbaar is voor de hormoonproductie en de bescherming tegen de eigen bijproducten van die productie.
Een bijzondere familie van selenoproteïnen zijn de jodinasen, ook wel deiodinasen genoemd. Deze enzymen halen jodiumatomen van schildklierhormoon af of zetten die om. Zo wordt het inactieve voorraadhormoon T4 omgezet in het actieve T3. Zonder voldoende werkende jodinasen verloopt deze omzetting minder efficiënt. Selenium is dus niet alleen betrokken bij de bescherming van de schildklier, maar ook direct bij de omzetting van schildklierhormoon in de weefsels.
Voor de synthese van schildklierhormoon zelf is vooral jodium nodig, niet selenium. Selenium speelt echter een ondersteunende rol: het beschermt de schildkliercellen tegen de oxidatieve bijproducten die bij de hormoonproductie vrijkomen. Bij een hoog jodiumverbruik ontstaat normaal juist meer oxidatieve belasting, en een goed functionerend seleniumsysteem helpt die in evenwicht te houden. Dit verklaart waarom beide mineralen in elkaars verlengde worden bekeken.
Wat het onderzoek zegt: systematische reviews en klinische studies
De meest besproken studies over selenium en Hashimoto zijn gericht op schildklierantistoffen. In gerandomiseerde studies uit de jaren 2000 en daarna kregen deelnemers met verhoogde TPO-antistoffen dagelijks seleniumsuppletie, meestal in de vorm van selenomethionine. Bij verschillende van deze studies daalden de TPO-antistoffen na drie tot twaalf maanden aanzienlijk, terwijl dit in placebogroepen veel minder het geval was. Ook latere trials, waaronder onderzoek uit Polen en Duitsland, vonden vergelijkbare dalingen van antistoffenniveaus.
Systematische reviews en meta-analyses, waaronder meerdere Cochrane-reviewpublicaties en recentere overzichten tot 2025, trekken echter een voorzichtiger conclusie. De algehele kwaliteit van het bewijs wordt als laag tot matig beoordeeld, de studies zijn klein en van korte duur, en de uitkomsten variëren. Over de belangrijke vraag of een daling van antistoffen ook leidt tot betere schildklierfunctie, minder klachten of een langzamer beloop van de ziekte, zegt het huidige onderzoek weinig. Dat de antistoffen dalen, wil niet automatisch zeggen dat de schildklier zelf er beter van wordt.
Er is wel enige consistentie in de bevinding dat de antistoffendaling vooral optreedt bij mensen die bij aanvang duidelijk verhoogde TPO-antistoffen hadden. Bij mensen met normaal of licht verhoogde antistoffen is veel minder effect gezien. Ook valt op dat de daling na stoppen van suppletie bij sommige deelnemers weer gedeeltelijk ongedaan lijkt te worden, wat suggereert dat het effect afhankelijk is van voortgezette inname en niet blijvend is.
Waarom sommige studies geen effect vinden
Een belangrijke verklaring voor tegenstrijdige resultaten is de initiële seleniumstatus van de deelnemers. In landen waar de voeding van nature veel selenium bevat, zoals de Verenigde Staten, is er weinig ruimte voor verbetering door suppletie: het lichaam is al verzadigd. In gebieden met een relatief lage seleniuminname, zoals delen van Europa inclusief de Lage Landen, is die ruimte groter en lijkt suppletie meer effect te kunnen hebben. Dit verschil in uitgangssituatie verklaart een groot deel van de tegenstrijdigheden tussen studies.
Ook de opzet van studies verschilt aanzienlijk. Sommige trials gebruikten 200 microgram per dag, andere 80 of 100 microgram, en de duur liep uiteen van drie tot achttien maanden. Daarnaast zijn er verschillen tussen de gebruikte vormen, met name tussen L-selenomethionine en natriumseleniet. Deze vormen worden anders opgenomen en verwerkt in het lichaam, wat resultaten kan beïnvloeden. Kortlopende studies met lage doseringen vinden gemiddeld minder uitgesproken effecten.
Tenslotte spelen verschillen tussen onderzoeks populaties een rol. Studies onder mensen met pas gediagnosticeerde Hashimoto, onder mensen met reeds behandelde hypothyreoïdie of onder zwangeren met schildklierantistoffen zijn moeilijk met elkaar te vergelijken. Leeftijd, geslacht, medicatiegebruik, jodiumstatus en de aanwezigheid van andere auto-immuunaandoeningen verschillen per populatie. Dit maakt het lastig om algemene uitspraken te doen over wie wel en niet baat kan hebben bij suppletie.
Hoe selenium de schildklierantistoffen kan beïnvloeden
De mogelijke immunologische werking van selenium is een onderwerp van actief onderzoek. In laboratorium- en dierstudies is geobserveerd dat voldoende selenium de balans tussen verschillende immuuncellen kan beïnvloeden, waaronder de verhouding tussen CD4+ T-cellen en regulatoire T-cellen. Ook lijkt selenium van invloed op de productie van cytokines, de signaalstoffen waarmee immuuncellen communiceren. Een goed gesuppleerde seleniumstatus zou de ontstekingsreactie kunnen matigen, wat de aanmaak van antistoffen theoretisch kan afremmen.
Toch is het verstandig om realistisch te blijven over wat er gemeten wordt. Een daling van TPO-antistoffen om welke reden dan ook is niet hetzelfde als herstel van de schildklier of verdwijnen van de auto-immuunziekte. De antistoffenniveaus fluctueren van nature, en de klinische betekenis van een daling is nog niet vastgesteld. Er is geen bewijs dat seleniumsuppletie de behoefte aan levothyroxine vermindert of de progressie van Hashimoto stopt. Het is een mogelijk ondersteunende maatregel, geen behandeling van de onderliggende aandoening.
Seleniumtekort en het risico op auto-immuun schildklieraandoeningen
Een seleniumtekort komt in Nederland en België niet zeldzaam voor, doordat de bodem in dit deel van Europa relatief weinig selenium bevat en het gehalte in gewassen daarmee samenhangt. Risicogroepen voor een lage seleniumstatus zijn onder meer mensen met een eenzijdig voedingspatroon, mensen met een verminderde opname door darmziekten, ouderen, mensen die langdurig parenteraal gevoed worden en rokers. Ook zwangerschap verhoogt de behoefte enigszins.
Observationeel onderzoek toont herhaaldelijk een verband tussen een lage seleniumstatus en een grotere kans op auto-immuun schildklieraandoeningen, waaronder de ziekte van Hashimoto en de ziekte van Graves. Belangrijk daarbij is dat dit verband geen oorzakelijk verklaring biedt: mensen met een lage seleniumstatus verschillen vaak ook op andere manieren van mensen met een hogere status. Niettemin vormt het, samen met de biologische plausibiliteit, een reden waarom onderzoekers verder kijken naar suppletie bij mensen met een aangetoond tekort.
Hoe je je seleniumstatus laat testen
De seleniumstatus kan worden gemeten via een bloedtest, meestal door de serum- of plasmaselenium te bepalen. Soms wordt ook selenium in haar of nagels onderzocht als maat voor langetermijninname, al is de interpretatie daarvan lastiger. De referentiewaarden variëren per laboratorium en per land, en een waarde binnen het referentiebereik sluit niet uit dat er ruimte voor verbetering bestaat. Omgekeerd betekent een waarde net boven de ondergrens niet automatisch dat suppletie nodig is.
Testen is vooral zinvol bij mensen met een verhoogd risico op tekort, bij hardnekkige of onverklaarde klachten die met voeding en leefstijl samenhangen, of wanneer een arts overweegt suppletie voor langere tijd voor te schrijven. Voor gezonde mensen zonder bijzondere risicofactoren is routinematige seleniumbepaling niet aanbevolen. Overleg met een huisarts of endocrinoloog is verstandig vóór je zelf een bloedtest aanvraagt of suppletie start, zeker bij schildklieraandoeningen.
Seleniumrijke voeding: waar je het vindt
De meest geconcentreerde voedingsbron van selenium is de paranooot. Eén paranooot kan al 50 tot 90 microgram selenium bevatten, afhankelijk van de herkomst en de bodem waarop hij is gegroeid. Twee of drie paranoten per dag dekken bij de meeste mensen de dagelijkse behoefte, maar het gehalte kan sterk variëren, dus het is geen exacte dosering. Andere goede bronnen zijn tonijn, makreel, zeevruchten, eieren, gevogelte, volkorengranen en zonnebloempitten.
- Paranoot: gemiddeld 50 tot 90 microgram per noot
- Tonijn (gebakken of gestoomd): circa 80 tot 120 microgram per 100 gram
- Makreel of zeevruchten: circa 30 tot 60 microgram per portie
- Ei: circa 10 tot 15 microgram per stuk
- Volkorenbrood en volkorengraanproducten: bijdrage afhankelijk van bodemgehalte
Voor volwassenen ligt de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid in Nederland en België rond 70 microgram voor mannen en rond 60 microgram voor vrouwen. Met een gevarieerd dieet waarin vis, eieren en af en toe een paranooot voorkomen, halen veel mensen dit binnen. Toch kan de inname in de praktijk onder de aanbeveling blijven, vooral bij mensen die weinig vis of dierlijke producten eten.
Seleniumsuppletie: vormen, dosering en veiligheid
L-selenomethionine versus natriumseleniet
De twee meest gebruikte supplementvormen zijn L-selenomethionine en natriumseleniet. L-selenomethionine is een organische vorm die het lichaam herkent als aminozuur en efficiënt opneemt; het wordt ingebouwd in eiwitten en kan in het lichaam worden opgeslagen. Natriumseleniet is een anorganische vorm die sneller wordt omgezet in actieve selenoproteïnen maar minder efficiënt wordt opgenomen en minder wordt vastgehouden. In studies naar Hashimoto is vooral L-selenomethionine gebruikt en dit is dan ook de vorm die in de literatuur het best is gedocumenteerd.
Veelgebruikte doseringen en de bovengrens van veilige inname
In de meeste klinische studies is 100 tot 200 microgram selenium per dag als supplement gebruikt, bovenop de normale voeding. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid hanteert een tolereerbare bovengrens van ongeveer 300 microgram per dag voor volwassenen uit alle bronnen samen, waaronder voeding. Omdat voeding al een deel bijdraagt, wordt bij suppletie doorgaans niet meer dan 100 tot 200 microgram per dag aanbevolen. Meer is niet beter: boven een bepaalde drempel kan selenium juist schadelijke effecten hebben, en langdurig hoge inname verhoogt het risico op diabetes type 2 in observationeel onderzoek.
Bijwerkingen en risico's van te veel selenium
Een te hoge seleniuminname kan leiden tot selenose, oftewel seleniumvergiftiging. Symptomen zijn onder meer een knoflookachtige geur van de adem, metallische smaak, haaruitval, broze nagels, gastro-intestinale klachten, vermoeidheid en bij ernstige overmaat zenuwbeschadiging. Deze verschijnselen treden meestal pas op bij langdurige inname ver boven de veilige bovengrens, maar de veiligheidsmarge van selenium is kleiner dan bij de meeste andere mineralen. Voorzichtigheid is dus op zijn plaats, zeker bij combinatie van paranoten en supplementen.
Wanneer seleniumsuppletie niet verstandig is
Suppletie zonder aanwijsbaar tekort is zelden zinvol en kan onbedoeld bijdragen aan een te hoge totale inname, vooral als je al veel seleniumrijke voeding eet. Mensen die al boven het referentiebereik zitten, lopen meer risico dan voordeel. Ook bij mensen met een voorgeschiedenis van nier- of leveraandoeningen of met een verhoogd risico op diabetes type 2 is voorzichtigheid geboden. Zwangerschap en borstvoeding vragen extra aandacht: de behoefte is iets hoger, maar de veiligheidsmarge blijft klein.
Medisch advies is nodig wanneer je overweegt selenium langdurig te gebruiken, wanneer je al schildkliermedicatie gebruikt, of wanneer er sprake is van andere aandoeningen of medicatie die interacties kunnen veroorzaken. Ook bij aanhoudende of verergerende klachten zoals vermoeidheid, haaruitval of gewichtstoename is het verstandig om eerst een arts of endocrinoloog te raadplegen in plaats van zelf supplementen te kiezen, omdat dergelijke klachten vele oorzaken kunnen hebben.
Interacties met andere voedingsstoffen en medicijnen
Selenium werkt in het lichaam samen met andere micronutriënten. Zink en selenium versterken elkaar in antioxidatieve afweer, en ook vitamine C en vitamine E spelen een rol in het beschermingssysteem van het lichaam. Er is geen sterk bewijs dat vitamine C de opname van selenium in normale doseringen merkbaar belemmert, al is het verstandig om supplementen niet in een te korte tijd in te nemen met zeer hoge doseringen vitamine C, om maagirritatie te vermijden. Een evenwichtig voedingspatroon levert meestal alle betrokken voedingsstoffen in goede verhoudingen.
Belangrijker dan vitamine C is de wisselwerking met schildkliermedicatie. Levothyroxine moet op een nuchtere maag worden ingenomen, doorgaans 30 tot 60 minuten voor het ontbijt, omdat voedingsstoffen en supplementen de opname kunnen beïnvloeden. Hoewel er weinig direct bewijs is dat seleniumsuppletie de opname van levothyroxine verstoort, geldt de algemene vuistregel: neem selenium en andere supplementen op een ander moment van de dag dan levothyroxine, bijvoorbeeld bij de avondmaaltijd. Twijfel je, bespreek de timing dan met je huisarts of apotheker.
Selenium als onderdeel van een integrale aanpak van Hashimoto
Seleniumsuppletie is hooguit één klein onderdeel van een breder geheel. Bij de behandeling van Hashimoto staat levothyroxine centraal wanneer er sprake is van een trage schildklier, naast goede medische begeleiding. Daarnaast speelt leefstijl een ondersteunende rol: voldoende slaap, regelmatige beweging, het beperken van chronische stress en een gevarieerd voedingspatroon met voldoende jodium, selenium, vitamine D en ijzer dragen bij aan het algemene welzijn. Let op dat supplementen zoals selenium aanvullend zijn op, en geen vervanging vormen voor, normale voeding en medische zorg. Voor wie supplementen afweegt, is het nuttig om ook te lezen over de voor-en-nadelen van bijvoorbeeld vitamine D en over de opbouw van een goed multivitaminsupplement in de bredere context van voeding en leefstijl.
Werken met je arts of endocrinoloog is essentieel. Bespreek samen of een seleniumstatus meting zinvol is, welke dosering passend zou zijn, en op welke momenten de schildklierwaarden en eventuele klachten opnieuw worden geëvalueerd. Zo voorkom je dat supplementen onnodig lang of in te hoge dosering worden gebruikt, en blijft de behandeling van Hashimoto in handen van de juiste zorgverlener.
Veelgestelde vragen over selenium en Hashimoto
Vermindert selenium schildklierantistoffen bij Hashimoto?
Meerdere kleine studies lieten zien dat TPO-antistoffen kunnen dalen bij het gebruik van seleniumsuppletie, vooral bij mensen met aanvankelijk sterk verhoogde antistoffen. Meta-analyses bevestigen deze trend in het algemeen, al is de bewijskracht beperkt. Een daling van antistoffen betekent niet automatisch verbetering van de schildklierfunctie of van klachten, en niet iedereen reageert in gelijke mate.
Welke vorm van selenium is het beste bij Hashimoto?
L-selenomethionine is de vorm die in de meeste studies naar Hashimoto is gebruikt en die efficiënt wordt opgenomen en in het lichaam wordt vastgehouden. Natriumseleniet wordt sneller omgezet in actieve selenoproteïnen maar wordt minder goed opgeslagen. Voor de meeste doeleinden geldt L-selenomethionine als de best gedocumenteerde keuze, hoewel directe vergelijkende studies bij Hashimoto beperkt zijn.
Hoeveel selenium kan ik het beste innemen?
In klinische studies werden meestal doseringen van 100 tot 200 microgram per dag gebruikt. De algemene veilige bovengrens voor volwassenen ligt rond 300 microgram per dag uit alle bronnen samen, waaronder voeding. Een passende dosering hangt af van je huidige seleniumstatus, je voedingspatroon en eventuele andere supplementen. Overleg daarom met een arts voordat je suppletie start.
Kan selenium Hashimoto genezen?
Nee, selenium kan Hashimoto niet genezen en stopt het auto-immuunproces niet definitief. Er is geen supplement dat de onderliggende auto-immuunziekte kan omkeren. Selenium kan hooguit een ondersteunende rol spelen bij mensen met een tekort of verhoogde antistoffen. Schildkliermedicatie en medische begeleiding blijven de hoeksteen van de behandeling.
Hoe lang duurt het voordat selenium effect heeft?
In de meeste studies werden veranderingen in TPO-antistoffen gemeten na drie tot zes maanden, soms na negen tot twaalf maanden. Dit zegt weinig over het individuele verloop: bij sommige mensen is eerder effect waarneembaar, bij andere helemaal niet. Realistisch gezien is een evaluatieperiode van enkele maanden nodig om te bepalen of suppletie iets bijdraagt.
Kan ik voldoende selenium uit voeding halen?
Voor veel mensen is dat haalbaar met een gevarieerd dieet dat vis, eieren, gevogelte of volkorengranen bevat. Eén of twee paranoten per dag dekken bij veel mensen al de behoefte. Toch varieert het seleniumgehalte in voedingsmiddelen sterk door de bodemkwaliteit, en in delen van Europa is de gemiddelde inname wat lager. Bij twijfel kan een bloedtest duidelijkheid geven.
Kan ik selenium samen met levothyroxine innemen?
Het wordt aanbevolen om seleniumsupplementen op een ander moment in te nemen dan levothyroxine, bijvoorbeeld bij de avondmaaltijd. Levothyroxine werkt het best op een nuchtere maag en moet ruim voor het ontbijt worden ingenomen. Hoewel er weinig bewijs is voor een directe interactie, is gescheiden inname een eenvoudige en veilige vuistregel. Bespreek twijfels met je arts of apotheker.
Zijn er bijwerkingen van seleniumsuppletie?
Bij doseringen tot ongeveer 200 microgram per dag treden zelden bijwerkingen op bij gezonde volwassenen. Bij langdurige inname boven de veilige bovengrens kunnen verschijnselen ontstaan zoals knoflookachtige ademgeur, broze nagels, haaruitval, maagklachten en vermoeidheid. Langdurig hoge inname wordt ook in verband gebracht met een verhoogd risico op diabetes type 2 in observationeel onderzoek.
Is testen van mijn seleniumstatus zinvol?
Voor mensen met Hashimoto die overwegen langdurig te suppleren kan een serummeting nuttig zijn, vooral wanneer er risicofactoren zijn voor tekort of wanneer voeding al veel selenium bevat. Voor gezonde mensen zonder bijzondere aanwijzingen is routinematige testen niet aanbevolen. Bespreek met je arts of een bloedtest in jouw situatie meerwaarde heeft.
Moet ik zwanger met Hashimoto extra selenium gebruiken?
De seleniumbehoefte neemt tijdens de zwangerschap licht toe, maar dat betekent niet dat automatisch suppletie nodig is. Zwangeren met schildklierantistoffen zijn in enkele studies onderzocht, maar de bewijskracht blijft beperkt. Overleg altijd met je verloskundige of gynaecoloog voordat je tijdens de zwangerschap selenium of andere supplementen gebruikt.
Conclusie: een gebalanceerde kijk op selenium bij Hashimoto
De wetenschappelijke stand van zaken rond Hashimoto en selenium in 2026 is genuanceerder dan de populariteit van het onderwerp doet vermoeden. Selenium is onmisbaar voor de schildklier en speelt een rol in de afweer tegen oxidatieve stress, en bij mensen met verhoogde TPO-antistoffen is in meerdere studies een daling van die antistoffen waargenomen. Tegelijk is de bewijskwaliteit beperkt, zijn resultaten niet consistent, en is de klinische betekenis van een antistoffendaling nog onvoldoende vastgesteld.
De meest verstandige aanpak begint bij voeding en, wanneer er aanleiding is, bij een meting van de seleniumstatus. Supplementen kunnen een nuttige aanvulling zijn waar de normale voeding tekortschiet, maar vormen nooit een vervanging voor medische zorg, levothyroxine of een evenwichtig eetpatroon. Omdat de veiligheidsmarge van selenium klein is en het effect per persoon verschilt, is overleg met een arts of endocrinoloog verstandig voordat je suppletie start of voortzet.
Relevante termen
Hashimoto selenium, Hashimoto-thyreoïditis, schildklierantistoffen, TPO-antistoffen, antithyroglobuline, selenoproteïnen, glutathionperoxidase, jodinasen, L-selenomethionine, natriumseleniet, auto-immuun schildklieraandoening, hypothyreoïdie, seleniumtekort, paranoten, levothyroxine, oxidatieve stress, serum selenium, schildklierhormoon