De menopauze is geen plotseling omslagpunt, maar een geleidelijk proces dat vaak jaren duurt. In deze gids bespreken we de vijf stadia van de menopauze: de vroege overgangsfase, de perimenopauze, de late overgangsfase, de menopauze zelf en de postmenopauze. U leest wat er in elke fase in uw lichaam gebeurt, welke symptomen kunnen voorkomen en welke zorg- en leefstijlopties er zijn. Deze informatie helpt u om beter voorbereid en met meer zelfvertrouwen met uw huisarts te praten.
Wat zijn de 5 stadia van de menopauze?
De term menopauze wordt in het dagelijks taalgebruik vaak gebruikt voor de hele periode met opvliegers en stemmingswisselingen. Medisch gezien is de menopauze alleen het moment van de laatste menstruatie, gevolgd door 12 opeenvolgende maanden zonder ongesteldheid. De periode vóór dat moment heet de overgangsfase of perimenopauze. Om die fase beter te begrijpen, gebruiken zorgverleners in toenemende mate een indeling in vijf stadia.
De 5 stadia in het kort
De vijf stadia vormen een continuüm. Hieronder staan ze in volgorde:
- Vroege overgangsfase: de menstruatiecyclus begint onregelmatiger te worden, vaak door een kortere cyclus.
- Perimenopauze: hormonale schommelingen nemen toe en typische overgangsklachten komen vaker voor.
- Late overgangsfase: de tussenruimte tussen twee bloedingen wordt langer, met 60 dagen of meer.
- Menopauze: het moment waarop de menstruatie 12 maanden is weggebleven.
- Postmenopauze: de jaren daarna, waarin symptomen kunnen afnemen maar nieuwe gezondheidsaandachtspunten ontstaan.
Waarom sommige bronnen 3 stadia aanhouden
In de klassieke indeling wordt de periode tot 12 maanden zonder menstruatie premenopauze genoemd. Dat omvat zowel de vruchtbare jaren als de vroege en late overgangsfase. De menopauze is het moment zelf, en postmenopauze alles daarna. Deze indeling is eenvoudig, maar geeft weinig grip op de periode waarin de meeste klachten ontstaan.
Voor een gesprek met uw arts is het vooral zinvol om te weten of u in de vroege of late overgangsfase zit. De late fase vraagt vaker om behandeling dan de vroege fase. In de spreekkamer wordt daarom steeds vaker gewerkt met de vijfstadia-indeling of met STRAW-criteria, een internationaal gebruikte classificatie van reproductieve levensfasen.
In deze gids gebruiken we de 5-stadiaindeling als uitgangspunt, maar leggen we ook de relatie met het 3-stadiamodel. Zo herkent u de terminologie die u in de spreekkamer, in brochures en online tegenkomt. Een medische redactie heeft dit artikel in 2026 getoetst aan de richtlijnen van ACOG en NAMS.
Elke fase wordt hieronder apart beschreven. De indeling is een hulpmiddel, geen diagnose. Veel symptomen kunnen ook door andere oorzaken ontstaan, zoals schildklierproblemen, ijzertekort, medicatie of stress. Raadpleeg bij twijfel altijd een arts.
De 5 stadia van de menopauze: wat u per fase kunt verwachten
Stadium 1: De vroege overgangsfase
In de vroege overgangsfase, ook wel ‘early menopause transition’ genoemd, begint de eierstokfunctie langzaam af te nemen. De eerste verandering zit vaak in de cyclus: de tijd tussen twee menstruaties wordt korter, bijvoorbeeld van 28 naar 24 of 25 dagen. Ook kan de menstruatie lichter of juist iets heviger worden. Deze veranderingen ontstaan doordat de eisprong minder voorspelbaar wordt en de hormoonspiegels gaan schommelen.
De signalen in dit stadium zijn subtiel. Veel mensen merken dat ze net even anders slapen, sneller geïrriteerd zijn of last krijgen van een zeurend gevoel in de borsten. Sommige mensen voelen niets bijzonders. Het is belangrijk om te weten dat deze symptomen niet specifiek hoeven te zijn: ook stress, een wisselend werkritme of andere gezondheidsproblemen kunnen hetzelfde beeld geven.
Hoe herkent u dit stadium? Het belangrijkste kenmerk is een verandering van minstens 7 dagen in de lengte van uw cyclus. De cyclus blijft nog redelijk regelmatig, maar verschuift. Een dagboek van uw menstruaties kan al veel informatie geven voor een gesprek met uw huisarts.
Stadium 2: Perimenopauze – het midden van de overgang
Perimenopauze betekent letterlijk ‘rond de menopauze’. In dit stadium staan de hormonen sterker onder druk. Oestrogeen en progesteron worden onregelmatig geproduceerd, waardoor het ene moment hoge en het andere moment lage spiegels ontstaan. Deze schommelingen veroorzaken vaak de bekende overgangsklachten, zoals opvliegers, nachtelijk zweten en een versnelde hartslag.
De meest voorkomende perimenopauze symptomen zijn opvliegers, nachtelijk zweten, slaapproblemen, stemmingswisselingen en een droger vaginaal slijmvlies. Daarnaast ervaren sommige mensen gewrichtspijn, hoofdpijn en minder zin in seks. De intensiteit wisselt per persoon. Niet iedereen krijgt alle klachten; sommige mensen hebben uitsluitend onregelmatige cycli.
Ook in deze fase kan nog een eisprong plaatsvinden, al wordt die minder vaak. Vrouwen die niet zwanger willen worden, hebben daarom nog steeds anticonceptie nodig. De richtlijn is dat pas na 12 maanden zonder menstruatie definitief geen anticonceptie meer nodig is. Bespreek uw situatie met uw huisarts om het juiste advies te krijgen.
Stadium 3: De late overgangsfase
In de late overgangsfase neemt de productie van oestrogeen verder af. De menstruatie blijft steeds vaker weg: de tussenperiode bedraagt 60 dagen of meer, maar er is nog geen sprake van 12 maanden zonder bloeding. Deze fase wordt in de medische literatuur ook wel ‘late transition’ genoemd en valt binnen de bredere perimenopauze.
Dit is vaak de periode waarin opvliegers en nachtelijk zweten het hevigst worden. Sommige mensen ervaren ook toegenomen vaginale droogheid, aandrang om te plassen en een verhoogd gevoel van onrust. Omdat de oestrogeenspiegels nu echt laag zijn, kunnen lichamelijke en emotionele klachten meer op de voorgrond treden.
Voor deze fase is het vooral zaak om de basis op orde te houden: regelmatig bewegen, voldoende drinken, koel slapen en alcohol beperken. Als de klachten uw dagelijks leven verstoren, bespreek dan behandelopties met een arts. Er zijn zowel hormonale als niet-hormonale benaderingen.
Stadium 4: Menopauze – 12 maanden zonder menstruatie
De menopauze zelf is geen fase, maar een moment. Pas terugkijkend kan worden vastgesteld dat de menopauze is geweest, namelijk op het moment dat er 12 opeenvolgende maanden geen menstruatie is geweest. Dit moet worden bevestigd zonder dat een zwangerschap, anticonceptie of een medische oorzaak de bloeding heeft gestopt.
Een arts stelt de menopauze meestal vast op basis van de cyclusgeschiedenis. Hormoononderzoek is in de routinepraktijk niet altijd nodig. Wanneer de situatie onduidelijk is of de leeftijd jonger is dan 40 of 45 jaar, kan een arts aanvullende testen doen, zoals een FSH-bepaling of onderzoek naar de eierstokfunctie. Een eenmalige FSH-waarde is echter geen betrouwbaar bewijs voor de menopauze.
De hormonale veranderingen zijn bij de menopauze duidelijk: oestrogeen en progesteron zijn laag, terwijl FSH, het follikelstimulerend hormoon, hoog is. Die hogere FSH-waarde is een poging van de hersenen om de eierstokken te stimuleren, maar die reageren nog maar nauwelijks. Het is een achteraf-bevestiging, geen voorspellende marker.
Stadium 5: Postmenopauze – de jaren na de menopauze
Na de menopauze begint de postmenopauze. Opvliegers en nachtelijk zweten nemen bij veel mensen geleidelijk af, maar kunnen nog jaren aanhouden. Andere postmenopauze symptomen, zoals vaginale droogheid, jeuk, terugkerende urineweginfecties en gewrichtsklachten, kunnen juist meer op de voorgrond komen.
Op langere termijn betekent de daling van oestrogeen een groter risico op botverlies en osteoporose. Ook de kans op hart- en vaatziekten neemt gemiddeld toe, deels door het veranderde hormoonprofiel en deels door het ouder worden. Een combinatie van krachttraining, gewichtsdragende beweging, voldoende eiwitten en een goede vitamine D-status is belangrijk voor uw botgezondheid.
Sommige mensen bereiken de menopauze vroeg. Bij een vroege menopauze tussen 40 en 45 jaar en bij primaire ovariële insufficiëntie vóór 40 jaar is medische begeleiding extra belangrijk, omdat de hormonale veranderingen op jongere leeftijd ingrijpen. Als de menstruatie vóór 40 jaar stopt of lange tijd wegblijft, is overleg met een arts altijd aangewezen.
Symptomen per stadium: herken waar u zich bevindt
De stadia zijn niet hermetisch afgescheiden; klachten kunnen overlappen. Toch helpt een overzicht om te herkennen in welke richting uw lichaam beweegt. Let daarbij altijd op het geheel van uw klachten, niet op één losse gewaarwording.
Lichamelijke symptomen
- Vroege overgangsfase: een kortere cyclus, soms hevigere of lichtere bloedingen.
- Perimenopauze: opvliegers, nachtelijk zweten, onregelmatige cycli en vaginale droogheid.
- Late overgangsfase: langere tussenpozen van 60 dagen of meer, hevigere opvliegers, gewrichts- en spierklachten.
- Postmenopauze: aanhoudende droogheid van vagina en huid, urinewegklachten, geleidelijke afname van opvliegers.
Mentale en emotionele symptomen
- Stemmingswisselingen en prikkelbaarheid treden vooral op in de perimenopauze en late overgangsfase.
- Hersenmist, zoals moeite met concentreren en een wazig geheugen, wordt vaak genoemd in de perimenopauze; onderzoek laat wisselende resultaten zien.
- Slapeloosheid kan samenhangen met nachtelijk zweten, maar ook zelfstandig ontstaan.
Wanneer symptomen op een ander gezondheidsprobleem kunnen wijzen
Depressieve gevoelens, aanhoudende moeheid, gewichtsveranderingen, hartkloppingen of heel hevige buikpijn kunnen ook wijzen op andere aandoeningen, zoals een traag werkende schildklier, ijzergebrek, ritmestoornissen of psychische problemen. Het is verleidelijk om elke klacht aan de overgang toe te schrijven, maar dat is niet altijd juist. Raadpleeg uw huisarts als een klacht nieuw is, verergert of lang aanhoudt.
Hoe lang duurt elk stadium van de menopauze?
De gehele overgangsfase, van de eerste cyclusverandering tot de laatste menstruatie, duurt gemiddeld 4 tot 8 jaar. Dit is een gemiddelde; sommige mensen zitten hieronder of hebben juist een langere overgang. De vroege overgangsfase en de perimenopauze in strikte zin duren gewoonlijk een paar jaar, waarna de late overgangsfase volgt.
In de medische literatuur wordt de vroege overgangsfase vaak geschat op 2 tot 3 jaar en de late overgangsfase op 1 tot 3 jaar. De middenfase, de perimenopauze in de strikte zin, ligt daar tussenin en wordt niet altijd apart gemeten. Leeftijd, familiegeschiedenis, rookgedrag, sommige medicijnen en behandelingen zoals chemotherapie beïnvloeden de duur en het verloop.
- Vroege overgangsfase: gemiddeld 2–3 jaar.
- Perimenopauze in strikte zin: overlapt met de vroege en late fase; geen vaststaande duur.
- Late overgangsfase: gemiddeld 1–3 jaar.
- Menopauze: één moment, namelijk 12 maanden zonder menstruatie.
- Postmenopauze: de rest van het leven.
Omgaan met de menopauze: zelfzorg, leefstijl en medische opties
De menopauze is geen ziekte, maar voor veel mensen wel een periode waarin het lichaam extra aandacht vraagt. Er bestaan verschillende manieren om met de symptomen om te gaan. De eerste stap is vaak het aanpassen van dagelijkse gewoonten; daarna volgen medische opties wanneer dat onvoldoende werkt.
Leefstijl als basis
Regelmatige beweging, vooral krachttraining en gewichtsdragende oefeningen, ondersteunt de botdichtheid en helpt bij het stabiel houden van uw gewicht. Daarnaast kunnen koelkleding, laagjes dragen en het vermijden van triggers zoals hete dranken, alcohol en pittig eten opvliegers verminderen. Vaste slaaptijden en rustmomenten geven uw zenuwstelsel houvast.
Een gevarieerd voedingspatroon met voldoende eiwitten, calcium en vezels is belangrijk. Kies voor volkorenproducten, peulvruchten, zuivel of verrijkte plantaardige alternatieven, noten, zaden en groenten. Deze voedingsmiddelen leveren bouwstoffen voor botten, spieren en een stabiele bloedsuikerspiegel. Probeer ook voldoende te drinken, want uitdroging kan klachten als hoofdpijn versterken.
Hormoontherapie
Menopauzale hormoontherapie, ook wel hormoonsubstitutietherapie of MHT genoemd, is wereldwijd de meest effectieve behandeling voor matige tot ernstige opvliegers en nachtelijk zweten. Het vult oestrogeen en soms progesteron aan, waardoor veel klachten verminderen. De beslissing om hiermee te starten is persoonlijk en hangt af van uw leeftijd, gezondheid en risicoprofiel.
MHT heeft duidelijke voordelen, maar ook risico’s. Bij gezonde mensen rond de leeftijd van 50 jaar wegen de voordelen vaak op tegen de risico’s, maar dat is niet voor iedereen zo. Vrouwen met borstkanker in de voorgeschiedenis, onbehandelde hoge bloeddruk, trombose of leverziekte moeten dit met een specialist bespreken. Neem deze afweging nooit op eigen houtje.
Niet-hormonale opties en complementaire zorg
Voor wie geen hormonen wil of mag gebruiken, zijn er andere wegen. Bepaalde antidepressiva en middelen zoals gabapentine worden soms voorgeschreven tegen opvliegers. Een recenter medicijn, fezolinetant, richt zich op de temperatuurregulatie in de hersenen en kan een optie zijn bij matige tot ernstige klachten. Daarnaast kan cognitieve gedragstherapie helpen om beter met opvliegers en slaapproblemen om te gaan.
Complementaire zorg, zoals mindfulness, yoga en bekkenfysiotherapie, kan klachten verminderen, al is het bewijs daarvoor wisselend. Sommige mensen gebruiken kruidenpreparaten zoals zwarte cohosh of rode klaver. Uit onderzoek blijkt dat de effecten hiervan onzeker zijn en dat ze bijwerkingen of interacties kunnen geven. Bespreek daarom altijd gebruik met een arts of apotheker.
Kunnen supplementen ondersteuning bieden tijdens de menopauze?
Supplementen zijn geen vervanging voor een gezond voedingspatroon. Toch zijn er situaties waarin extra ondersteuning zinvol kan zijn. Een tekort aan vitamine D komt bijvoorbeeld veel voor en speelt een rol bij botgezondheid. Als u onvoldoende buiten komt of een donkere huidskleur heeft, kan een gerichte vitamine D-aanvulling overwogen worden. Laat zo mogelijk eerst uw status bepalen.
Wie door de overgang minder gevarieerd eet of moeite heeft om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen, kan een multivitamine als vangnet gebruiken. Kies een product met niet al te hoge doseringen en vermijd overlap met andere supplementen. Overleg bij onzekerheid met uw huisarts of diëtist, vooral als u medicijnen gebruikt.
Wanneer u een arts moet raadplegen
Veel overgangsklachten zijn normaal, maar sommige signalen vragen om medische beoordeling. Neem in ieder geval contact op bij vaginaal bloedverlies na 12 maanden zonder menstruatie, bij zeer hevige bloedingen, bij bloedingen na geslachtsgemeenschap, of bij buikpijn die niet weggaat. Ook plotselinge, zeer hevige hoofdpijn of kortademigheid mag u niet negeren.
Ook aanhoudende somberheid, angst, paniek of gevoelens van hopeloosheid zijn redenen om hulp te zoeken. Hetzelfde geldt voor onverklaarbaar gewichtsverlies, pijn op de borst of flauwvallen. Deze klachten kunnen wijzen op een ander medisch probleem en mogen niet alleen als overgang worden afgedaan.
Vragen voor uw huisarts of menopauze-specialist
- In welk stadium van de menopauze bevind ik mij en hoe weet u dat?
- Welke behandelingen passen bij mijn klachten en mijn gezondheidsgeschiedenis?
- Heb ik extra onderzoek nodig naar botdichtheid, schildklier of hartrisico?
- Zijn mijn symptomen normaal of wijzen ze op een andere aandoening?
- Welke anticonceptie is voor mij nog nodig en hoe lang?
Veelgestelde vragen over de stadia van de menopauze
Hoe weet ik in welk stadium van de menopauze ik zit?
De indeling is vooral gebaseerd op uw menstruatiepatroon: veranderingen van meer dan 7 dagen duiden op de vroege overgangsfase, een tussenperiode van 60 dagen of meer op de late fase, en 12 maanden zonder menstruatie betekent dat de menopauze is geweest. Uw arts kan dit bevestigen aan de hand van uw cyclus en eventueel hormoononderzoek.
Wat is het zwaarste stadium van de menopauze?
Veel mensen ervaren de late overgangsfase als het zwaarst, omdat de oestrogeenspiegels sterk dalen en klachten zoals opvliegers, nachtelijk zweten en slaapproblemen dan vaak het hevigst zijn. De beleving verschilt echter sterk. De postmenopauze brengt op langere termijn vooral andere risico’s met zich mee, zoals botverlies.
Op welke leeftijd zit u niet meer in de menopauze?
Menopauze zelf is een moment: de laatste menstruatie. Gemiddeld gebeurt dit rond het 51e jaar. Daarna zit u in de postmenopauze, die de rest van uw leven duurt. De overgangsfase ervoor kan al vanaf midden veertig beginnen en enkele jaren duren. Er is geen leeftijd waarop u ‘klaar’ bent met de menopauze; de hormoonwaarden blijven op postmenopauzaal niveau.
Wat kunt u beter niet doen tijdens de menopauze?
Vermijd roken, overmatig alcoholgebruik en een langdurig, zeer streng dieet. Deze gewoonten kunnen opvliegers, stemmingsklachten en botverlies verergeren. Negeer ongebruikelijk vaginaal bloedverlies of zeer hevige menstruaties niet. Probeer slaap niet te ondermijnen door cafeïne laat op de dag en schermtijd vlak voor het slapengaan.
Wat zijn de 5 stadia van de menopauze in volgorde?
De 5 stadia zijn: vroege overgangsfase, perimenopauze, late overgangsfase, menopauze, namelijk het moment van 12 maanden zonder menstruatie, en postmenopauze. De eerste drie stadia vormen samen de overgang vóór de laatste menstruatie. De menopauze zelf is een terugblikkende diagnose, geen langdurige fase.
Is perimenopauze hetzelfde als de vroege overgang?
Nee. Perimenopauze wordt in de 5-stadiaindeling gebruikt voor het middendeel van de overgang, terwijl de vroege overgangsfase daarvoor zit. In de 3-stadiaindeling wordt perimenopauze soms wel als verzamelnaam voor de hele overgangsperiode gebruikt. De terminologie is dus niet eenduidig.
Kan ik tijdens de perimenopauze nog zwanger worden?
Ja, dat kan. Zolang u nog menstrueert, ook onregelmatig, kan een eisprong plaatsvinden. De zorgvuldigheid van anticonceptie blijft daarom belangrijk totdat u 12 opeenvolgende maanden geen menstruatie heeft gehad. Bespreek betrouwbare anticonceptieopties met uw huisarts als u zwangerschap wilt voorkomen.
Hoe lang duren opvliegers gemiddeld?
Opvliegers en nachtelijk zweten houden gemiddeld 4 tot 7 jaar aan, maar sommige mensen hebben er iets langer last van. De frequentie en hevigheid wisselen sterk per persoon. In de late overgangsfase zijn de klachten vaak het hevigst; in de postmenopauze nemen ze bij de meeste mensen geleidelijk af.
Zijn de symptomen van de overgang te verlichten zonder hormonen?
Ja, er zijn niet-hormonale opties. Denk aan leefstijlaanpassingen, cognitieve gedragstherapie, en sommige medicijnen zoals bepaalde antidepressiva of middelen die gericht zijn op de zenuwbanen die opvliegers reguleren. Bespreek ook eventuele supplementen met uw arts. Wat werkt, verschilt per persoon en is vooraf niet altijd te voorspellen.
Wat is het verschil tussen vroege menopauze en primaire ovariële insufficiëntie?
Bij vroege menopauze stopt de menstruatie tussen het 40e en 45e jaar. Primaire ovariële insufficiëntie, of POI, betekent dat de eierstokken vóór het 40e jaar hun functie verliezen. POI kan gepaard gaan met onregelmatige menstruatie en lage hormoonspiegels, maar soms zijn nog eisprongen mogelijk. Beide situaties vragen om medische begeleiding.
Kernpunten
- De menopauze is een terugblikkende diagnose: 12 maanden zonder menstruatie.
- De overgangsfase duurt gemiddeld 4 tot 8 jaar en verloopt voor iedereen anders.
- De 5-stadiaindeling geeft meer duidelijkheid dan het klassieke 3-stadiamodel, vooral over waar iemand in de overgang zit.
- Klachten zoals opvliegers, nachtelijk zweten en stemmingswisselingen kunnen per stadium verschillen in hevigheid.
- Vruchtbaarheid neemt af, maar zwangerschap is pas uitgesloten na 12 maanden zonder menstruatie.
- Leefstijl, voeding, beweging en slaap vormen de basis voor het verminderen van klachten.
- Raadpleeg een arts bij hevig of ongebruikelijk bloedverlies, postmenopauzaal bloedverlies of aanhoudende somberheid.
- Supplementen kunnen helpen bij tekorten, maar vervangen geen medisch advies of gevarieerde voeding.
Conclusie
De overgang is voor iedereen anders. De 5 stadia van de menopauze helpen om te begrijpen dat onregelmatige cycli en klachten niet ‘tussen de oren’ zitten, maar passen bij een geleidelijke hormonale verschuiving. De vroege overgangsfase, perimenopauze, late overgangsfase, menopauze en postmenopauze vormen samen een continuüm dat u niet in één keer hoeft te overzien.
Een gezonde leefstijl, voldoende beweging, goede voeding en aandacht voor slaap leggen een stevige basis. Supplementen, zoals vitamine D of een multivitamine, kunnen alleen een aanvulling zijn als uw voeding onvoldoende oplevert of als een arts een tekort vaststelt. Raadpleeg bij aanhoudende of vervelende klachten altijd een huisarts. Zo krijgt u een aanpak die past bij uw persoonlijke situatie.
Relevante termen
vroege overgangsfase, perimenopauze, late overgangsfase, menopauze, postmenopauze, opvliegers, nachtelijk zweten, onregelmatige menstruatie, vaginale droogheid, stemmingswisselingen, hersenmist, slaapproblemen, oestrogeen, progesteron, FSH, botdichtheid, hormoontherapie, osteoporose